Van de successen van Ayrton Senna en Alain Prost tot de wederopstanding met Lando Norris en Oscar Piastri: McLaren heeft een rijke geschiedenis in de Formule 1. Het team uit Woking is sinds de oprichting in de jaren 60 een belangrijke factor in de strijd om het kampioenschap.

De papajakleurige bolides van McLaren zijn tegenwoordig niet meer weg te denken uit de Formule 1. Toch heeft het Britse team een lange weg afgelegd voordat het opnieuw tot de absolute top van de koningsklasse behoorde. Sinds de oprichting door Bruce McLaren in 1963 heeft de renstal periodes van grote successen afgewisseld met jaren waarin de auto enorm tegenviel. Inmiddels heeft McLaren tien constructeurstitels en dertien wereldtitels bij de coureurs op zijn naam staan.

Het begin van een tijdperk

Bruce McLaren richtte zijn team in 1963 op, aanvankelijk met de ambitie om zelf competitief te kunnen racen. Drie jaar later verscheen de renstal voor het eerst aan de start van een Formule 1-race en niet zomaar een: de GP van Monaco. De eerste overwinning liet daarna niet lang op zich wachten: tijdens de Belgische Grand Prix van 1968 zegevierde Bruce zelf op het circuit van Spa-Francorchamps.

(Tekst loopt door onder afbeelding)

McLaren
Bruce McLaren tijdens de GP van Monaco in 1969 (Getty Images)

De oprichter zou de verdere groei van zijn team echter niet meemaken. In juni 1970 kwam hij op 32-jarige leeftijd om het leven bij een testongeval op het circuit van Goodwood. Zijn dood was een zware klap voor de jonge organisatie, maar McLaren bleef bestaan. Onder leiding van de mensen die zijn werk voortzetten, groeide de renstal uit tot een vaste waarde in de autosport. In 1974 volgde de eerste grote bekroning. De Braziliaan Emerson Fittipaldi bezorgde McLaren zowel de eerste wereldtitel bij de coureurs als de eerste constructeurstitel. Twee jaar later herhaalde James Hunt dat kunststukje bij de coureurs. De Brit, bekend om zijn uitgesproken persoonlijkheid en rauwe rijstijl, werd een van de eerste grote publiekslievelingen van het team.

De gouden jaren met Senna en Prost

De jaren tachtig vormden een gouden tijdperk voor McLaren. Met de komst van teambaas Ron Dennis en de ontwikkeling van steeds technischere racewagens veranderde de Britse constructeur in een dominante kracht. Vooral de samenwerking met Honda legde de basis voor een uitzonderlijke periode.

In 1984 veroverde Niki Lauda zijn derde wereldtitel, nadat hij met Ferrari in 1975 en 1977 al wereldkampioen was geworden. Een jaar later volgde Alain Prost, die in 1986 wederom kampioen werd. De Fransman groeide uit tot een van de meest berekenende en technisch onderlegde coureurs van zijn generatie. De absolute piek kwam echter in 1988. McLaren stelde met de MP4/4 een van de meest dominante auto’s uit de Formule 1-geschiedenis samen. Ayrton Senna en Prost wonnen vijftien van de zestien Grands Prix. Senna trok uiteindelijk aan het langste eind in de onderlinge titelstrijd en werd voor het eerst wereldkampioen.

De samenwerking tussen beide coureurs leverde niet alleen successen op, maar ook een van de beroemdste rivaliteiten uit de sportgeschiedenis. Waar Prost bekendstond om zijn berekende aanpak, reed Senna met een intensiteit die hem zowel bewondering als controverse opleverde. De onderlinge strijd bereikte een kookpunt tijdens de Grand Prix van Japan in 1989 en 1990, toen crashes tussen de twee een beslissende rol speelden in hun titelgevechten.

(Tekst loopt door onder afbeelding)

Alain Prost en Ayrton Senna
Alain Prost en Ayrton Senna vallen samen uit in Japan in 1989 (Getty Images)

Senna won uiteindelijk drie wereldtitels met McLaren, in 1988, 1990 en 1991. Met de Braziliaan als boegbeeld groeide het team uit tot een wereldwijd begrip in de autosport.

Van Häkkinen tot Hamilton

Ook na het vertrek van Senna bleef McLaren grote namen aantrekken. Na een minder succesvolle periode keerde het team aan het einde van de jaren negentig terug aan de top. Met Mika Häkkinen achter het stuur won McLaren in 1998 zowel de constructeurstitel als de wereldtitel bij de coureurs. Een jaar later prolongeerde de Fin zijn kampioenschap, terwijl Ferrari de constructeurstitel overnam.

In de jaren daarna bleef McLaren meedoen om de hoofdprijzen, maar een nieuwe wereldtitel bij de coureurs liet op zich wachten. Kimi Räikkönen kwam in 2003 en 2005 dichtbij, maar greep beide keren naast het kampioenschap. In 2007 maakte Lewis Hamilton zijn debuut voor de Britse renstal. De jonge Brit verbaasde vriend en vijand door direct mee te strijden om de wereldtitel.

Na een dramatische ontknoping in 2007, waarin Hamilton en teamgenoot Fernando Alonso de titel misliepen, sloeg Hamilton een jaar later alsnog toe. Tijdens de laatste ronde van de laatste race van het seizoen 2008 verzekerde hij zich in Brazilië van zijn eerste wereldtitel. Daarmee bezorgde hij McLaren de laatste wereldtitel bij de coureurs tot 2025.

(Tekst loopt door onder afbeelding)

Hamilton 2008
Lewis Hamilton viert samen met vader Anthony en broer Nicolas zijn eerste wereldtitel in Brazilië (Getty Images)

Een lange weg terug naar de top

Na de wereldtitel van Hamilton brak een moeilijke periode aan. McLaren bleef geregeld op het podium verschijnen, maar kon niet langer structureel concurreren met de sterkste teams. De samenwerking met Honda, die in 2015 opnieuw werd aangegaan, leverde niet het gewenste resultaat op. Problemen met betrouwbaarheid en vermogen maakten het lastig om vooruitgang te boeken.

Ook na de overstap naar Renault-motoren bleef het team achter bij de concurrentie. In 2018 nam Zak Brown als CEO een steeds belangrijkere rol in de herstructurering van de organisatie. McLaren werkte aan een andere bedrijfscultuur, verbeterde de technische infrastructuur en investeerde opnieuw in de ontwikkeling van de auto.

De aanstelling van Andrea Stella als teambaas aan het einde van 2022 bleek een belangrijke stap. De Italiaan, die eerder bij Ferrari ervaring had opgedaan als race- en performance-engineer, kreeg de leiding over het sportieve project. Onder zijn leiding groeide McLaren in korte tijd uit van een team uit de achterhoede tot een titelkandidaat.

Het seizoen 2023 vormde het keerpunt. Na een moeizame start boekte McLaren gedurende het jaar grote vooruitgang en verschenen Lando Norris en de toenmalige nieuwkomer Oscar Piastri steeds vaker vooraan. In 2024 werd die ontwikkeling beloond met de constructeurstitel, de eerste voor McLaren sinds 1998.

Norris en Piastri brengen McLaren terug

Met Norris en Piastri beschikte McLaren over een combinatie van snelheid, talent en onderlinge concurrentie. Norris, die in 2019 zijn Formule 1-debuut maakte bij het team, groeide uit tot een vaste podiumkandidaat. Piastri maakte in 2023 zijn entree en liet al snel zien dat hij zijn teamgenoot kon uitdagen.

(Tekst loopt door onder afbeelding)

Norris 2025
Lando Norris won voor het eerst in zeventien jaar weer een coureurskampioenschap voor McLaren (Getty Images)

In 2025 zette McLaren de volgende stap. Het team prolongeerde de constructeurstitel en Norris veroverde zijn eerste wereldtitel bij de coureurs. Daarmee kwam een einde aan een wachttijd van zeventien jaar sinds de vorige wereldtitel van een McLaren-coureur. Piastri speelde eveneens een belangrijke rol in het succes, waardoor McLaren opnieuw kon bouwen op twee coureurs die regelmatig vooraan meededen.

Norris en Piastri kwamen elkaar in 2025 regelmatig op de baan tegen, wat weleens leidde tot moeilijke beslissingen voor het team. Zo kwamen ze gedurende hun gevecht om de titel met elkaar in aanraking tijdens de GP van Canada. Ook moest het team via de boordradio aangeven dat de coureurs tijdens de GP van Hongarije van positie moesten ruilen, wat de nodige commotie opleverde. Uiteindelijk was het verschil tussen beide coureurs in de stand slechts dertien punten.

In 2026 staat McLaren voor een grote uitdaging. Door de nieuwe reglementen begonnen alle teams weer op nul en zijn de verhoudingen behoorlijk veranderd. De zwart-oranje bolides zijn niet meer de snelste, maar kunnen met vlagen meestrijden om een overwinning.

(Tekst loopt door onder afbeelding)

Norris Piastri
Lando Norris en Oscar Piastri vormen het duo van McLaren sinds 2023 (Getty Images)

Statistieken McLaren

Volledige naamMcLaren Mastercard F1 Team
TeambaasAndrea Stella
Coureurs 2026Lando Norris, Oscar Piastri
Technisch directeurRob Marshall en Peter Prodromou
BasisWoking, Surrey, Verenigd Koninkrijk
Debuutseizoen1966
Constructeurstitels10 (1974, 1984, 1985, 1988, 1989, 1990, 1991, 1998, 2024, 2025)
Coureurstitels13 (1974, 1976, 1984, 1985, 1986, 1988, 1989, 1990, 1991, 1998, 1999, 2008, 2025)
Eindklassering 20251ste (833 punten)
Chassis 2026MCL40
Motor Mercedes
TestcoureurLeonardo Fornaroli